“… geef heil door Uw rechterhand, en red het zuchtend vaderland”. Psalm 60: 3 (berijmd)

Psalmwoorden zetten ons op het spoor van gebed, van bidden dat roepen wordt, vol hunkering, vol verlangen naar tekenen van heil, van redding, van genezing. Die woorden nemen we als gemeente, zondag op onze lippen. Wij samen: de weinigen die in de kerk zijn, de velen die thuis met ons verbonden zijn. Ons bidden en zingen wordt een hartstochtelijke roep naar de hemel om genade, ontferming voor ons, onze ouders, opa’s en oma’s, onze kinderen en kleinkinderen, voor allen die alleen staan, voor allen die geborgen zijn in Jezus’ bloed, voor allen die Christus niet kennen. Voor allen die gezond zijn en voor hen die ziek zijn. Mogen wij er voor elkaar zijn, binnen en buiten de gemeente.

Wij ervaren in deze tijd allemaal onze kwetsbaarheid, onze afhankelijkheid. Zoveel maakbaarheid is ineens verdwenen. We hopen en we wachten, als gemeente van Christus bidden we voor ons zelf en de wereld om ons heen. Wij zoeken om de dingen te verstaan, om de tekenen te duiden. Over de wereld gaat een stem, een roep. En we geloven dat die stem niet buiten God om gaat. Over de wereld gaat in het Evangelie ook Zijn roep voor ons om bekering. Waarvan? Bespreek dat eerlijk met de Heere in uw leven.

In deze tijden denken wij aan onze ouderen. Ze komen niet buiten, krijgen geen bezoek. We denken aan hen die in de verpleegtehuizen zijn, huizen die op slot zijn gegaan, om wie zo kwetsbaar is te beschermen. Zij zien en ontmoeten hun geliefden niet. Wij dragen hen op aan Gods troon van genade. Evenals onze zo kwetsbare gehandicapte naasten, des te meer als er in hun omgeving ernstige ziekteverschijnselen zijn, als we als gezin of familie hen niet kunnen bezoeken.

Voor mensen in de zorg, de verpleging, op de afdelingen, op de I.C. bidden wij. We denken aan artsen, in de groepspraktijken, op de afdelingen van zieken- en verpleegtehuizen. Zij komen in behandeling, onderzoeken en verpleging in contact met zieken. Moge onze God hen beschermen, bemoedigen als ze bezorgd zijn, liefdevol omringen.

We denken evenzeer aan politie en brandweer, aan mensen in de begrafenis zorg, die zich  in risicovolle situaties moeten begeven, die in situaties van verdriet en rouw pijnlijke beslissingen moeten nemen. Wijsheid, mildheid, beslistheid en bescherming bidden wij hen toe.

Sommigen van onze geliefden zitten nog in het buitenland. Kunnen ze terug? Moeten ze daar blijven? We leven mee met hen.

Van een andere orde, maar evenzeer zorgelijk is de situatie voor onze ondernemers. Ineens staat ons bedrijf stil waaraan jaren lang met passie en inzet is gebouwd. Er komt een streep door de rekening. Hoe nu verder? Ons aardse bestaan brengen wij voor Gods aangezicht.

We denken aan hen die in het onderwijs werken, aan onze jongeren, onze kinderen. Ook zij zijn kwetsbaar. We pleiten op de trouw van God. We bidden op de rotsgrond van Gods verbond. Ik bid u  overgave, vertrouwen toe! Een christen is vreemdeling, pelgrim, op weg naar een beter vaderland. Een christen weet van rust midden in onrust, van vrede in tijden van angst. In leven en sterven het eigendom van Christus, mijn Heere.

                                                                                                                                                Ds. G.D. Kamphuis